Camera sensor

De beeldsensor, of simpelweg de sensor, is het elektronische component in een digitale camera waar het beeld tot stand komt.

Het is geen overdrijving om de sensor het hart van de camera te noemen.  Om dit metafoor door te zetten kan de beeldprocessor als het denkende deel van het brein worden gezien, de caches en geheugenkaart als het herinnerende deel van het brein, het objectief als het oog en de body, zoals het woord al aangeeft, het lichaam.

De werking van de beeldsensor is ruwweg dat het objectief, op de juiste registerafstand (ook wel flensafstand), licht en zo ook kleurinformatie op de sensor projecteert.  Dit is de meest elementaire omschrijving van de beeldsensor.

Een sensor kan gezien worden als vervanging van de film, die voorheen in camera’s gebruikt werd.

Door de jaren heen zijn er diverse typen sensoren ontwikkeld.  De CCD (Charge Coupled Device) was één van de eerste soorten wijd benutte beeldsensoren.  Tegenwoordig zijn CMOS (Complementary Metal-Oxide Semiconductor) en BSI-CMOS (Backside-Illuminated Complementary Metal-Oxide Semiconductor) sensoren de standaard geworden.

De CCD-sensoren hadden als nadeel dat ze minder gevoelig waren voor licht, met als gevolg meer ruis.  Eén van de voordelen, volgens sommigen, was dat ze lange tijd betere kleurechtheid hadden, met accuratere vertoning c.q. reproductie van kleuren.

Sinds BSI-CMOS technologie is de lichtgevoeligheid enorm toegenomen.  Waar tien jaar geleden een ISO-waarde van boven de 800 onbruikbare beelden gaven op meeste camera’s, is tegenwoordig pas ruim boven de 12800 de grens bereikt!

Ongeacht de technologie, een foto of video ziet er altijd beter en schoner uit, met weinig tot vrijwel geen ruis en andere vertekeningen, wanneer er voldoende licht is.