Klassieke lenzen op moderne systeemcamera’s

Heb je ooit van je vader, anders je opa, een kennis, desnoods door zelf rond te speuren in een antiekwinkel of op een rommelmarkt je hand weten te leggen op oude lenzen of had je ze toevallig nog liggen? 

Gooi ze niet weg, vooral niet als je in het bezit bent van een spiegelloze systeemcamera!

Dit is een eigenschap en mogelijkheid die fabrikanten niet altijd even goed adverteren en aanprijzen.  Sterker nog, dikwijls wordt het niet of nauwelijks vernoemd en wel om de doodeenvoudige reden dat fabrikanten hun eigen en andere inheemse objectieven willen verkopen. 

Synopsis

Eén van de unieke en meer interessante mogelijkheden van spiegelloze systeemcamera’s is de mogelijkheid om allerlei soorten objectieven te kunnen gebruiken, naast de ‘inheemse’ objectieven, zo ook van andere merken, met andere vattingen, afwijkende registerafstanden, andere formaten en andere eigenschappen.

Zo ben je in staat om bijvoorbeeld een spiegelreflex- of een meetzoekerobjectief op een systeemcamera te gebruiken, zowel nieuw als oud.  Sommige adapters bieden ook de mogelijkheid om elektronische data-doorgifte (zoals de opnamegegevens per EXIF-data) en automatische scherpstelling te laten functioneren.

Voordelen en toegevoegde waarde

Waarom zou je oude lenzen gebruiken op een nieuwe camera: ‘oude rommel’ op een nieuwe, vrij prijzige, camera?  Die bovendien ook handmatig scherpgesteld dienen te worden in veel gevallen! 

Zo klinkt het alsof er weinig voordelen aan kleven en dat het meer een soort curiositeit is.  In sommige gevallen is dit misschien wel zo, vooral als iemand meer kunstige en experimentele fotografie nastreeft (a la Lomography). 

Karakter

Het unieke karakter van de tekening van oudere lenzen is één van de hoofdredenen waarom mensen zich tot, vooral, oudere objectieven aangetrokken voelen.

Het Japanse woord bokeh (uitgesproken als: boo∙kè), wat ‘waas’ betekent’, is een veel gebezigde term als het op dit onderwerp aankomt.  De term geeft de tekening van het gebied dat buiten het scherptegebied valt.  Het is éénvoudig alles dat niet scherp is.  Bij oudere standaardobjectieven (ook wel primes in het Engels) is het dikwijls zeer uitgesproken, vooral bij snellere objectieven met een minimale lensopening met een ƒ-stopwaarde van 2,8 en hoger.

Oudere lenzen hebben vaak een andere tekening dan moderne lenzen.  Het imperfecte karakter ervan bij oudere objectieven is als dusdanig al een onderscheidende factor, ten opzichte van de relatieve ‘perfectie’ van moderne lenzen, dat bijna als steriel, klinisch en zelfs saai getypeerd kan worden.

Dit is uiteraard heel subjectief, maar jezelf onderscheiden is een groot onderdeel in de fotografie, vooral de meer kunstige vormen ervan.

Bediening en gebruik

Hoe gebruik je vreemde objectieven van één op de andere camera, zoals een oude spiegelreflexlens op een spiegelloze systeemcamera?

Adapters

In veel gevallen is allereerst een adapter nodig.

Onder een adapter wordt een objectiefvattingadapter verstaan.  Deze adapter heeft als doel om een lens met een afwijkende objectiefvatting bestemd voor één camera geschikt te maken voor de andere camera, met een afwijkende vatting.

Een object kan op elke camera gemonteerd worden tenzij de vatting niet breed genoeg is of als ook de registerafstand (de afstand tussen het achterste element en de beeldsensor) dit niet toestaat.

Omdat een spiegelreflexcamera een spiegel heeft is er meer ruimte tussen de beeldsensor (of film) dan bij een spiegelloze systeemcamera en inheemse spiegelloze systeemcamera-objectieven.  Hetzelfde geldt overigens ook voor meetzoekerobjectieven, maar in veel mindere mate dan gangbare systeemcamera’s.

Waar het dus op neer komt is dat een systeemcamera allerlei soorten objectieven kunnen monteren, maar andersom is dit niet mogelijk.

Automatische en handmatige scherpstelling

Dit is één van de grootste beperkingen en nadelen van met oudere, volledig mechanische en niet-elektronische objectieven werken: er is geen automatische scherpstelling (autofocus), dit dient handmatig te gebeuren.

Bepaalde andere, maar vooral nieuwere objectieven en geschikte adapters, met elektronica, is het wel mogelijk.  Hoewel de mogelijkheid er is, is het niet altijd gezegd dat het betrouwbaar of even goed zou werken als op het camera-type waar het objectief voor bestemd was.

Vloek of zegen?

Handmatige scherpstelling is echter niet het einde van de wereld.  Sterker nog, door de gemakken van moderne systeemcamera’s met hoogwaardige elektronische zoekers en allerlei hulpmiddelen als focus peaking en beeldvergroting is het zelfs makkelijker dan ooit.  Ook is handmatig scherpstellen niet altijd een nadeel ten opzichte van automatische scherpstelling, want geregeld wordt er op een ongewenst punt automatisch scherpgesteld.

Uiteraard is handmatig scherpstellen niet voor alle vormen van foto- of video-/cinematografie even geschikt.  Verwacht niet dat je met veel comfort verslag zult doen van sport, wilde dieren en andere onderwerpen die snel zijn en waar weinig tijd is om met meer beleid handmatig scherp te stellen.  Maar ook hier zijn oplossingen voor, door sequentieel te fotograferen, bijvoorbeeld.