Scherpte-diepte: een vloek of een zegen?

Velen zullen er tegenwoordig niet of nauwelijks mee te maken hebben, wanneer er een foto gemaakt wordt met de telefoon. In het verleden was onjuiste scherpstelling naast het bewegen van het fototoestel en de trilling van de sluiter één van de meest voorkomende redenen van onscherpte in foto’s.

Door de kleine sensoren in smartphones, action cam’s en compactcamera’s is het scherpstelgebied veel groter. Is dit zodoende een voordeel, of kleven er ook nadelen aan?

Het scherpstelgebied is het gebied waarop scherpgesteld kan worden, afhankelijk ook van de stand van het diafragma en de daar uitvolgende lichtinname tot de beeldsensor of de film

Natuurkunde

Fotografie is zoals alles in het leven onderhevig aan de wetten van de natuur. Zoals er licht moet zijn om überhaupt iets te kunnen zien, zo kan hetzelfde gezegd worden voor de diepte van het scherpstelgebied in relatie tot de schaal van de projectie en de optische elementen die dit projecteren.

Zonder al te erg in de details te treden kunnen de volgende stellingen gedaan worden:

  • Hoe kleiner de beeldsensor of film, des te groter (dieper) het scherpstelgebied.
  • Hoe groter de beeldsensor of film, des te kleiner (nauwer) het scherpstelgebied.

Deze stelling, hoewel onderhevig aan enkele voorwaarden, gaat over het algemeen ook op:

  • Hoe groter en sneller (meer lichtdoorlatend) het objectief, relatief aan de beeldsensor of film, des te kleiner het scherpstelgebied.

Toepassingsgebied

Waarom zou je een minder groot scherpstelgebied willen hebben, is meer scherp hebben niet per definitie meer uit je foto’s krijgen:

Waarom zou je bij wijze van spreken zelfs een klein gedeelte van je foto willen ‘opofferen’ aan onscherpte en wazigheid?

Op papier is dit een uitstekende vraag, maar in de praktijk is het scherptegebied wat een professionele portret-, product-, huwelijks- of persfoto onderscheid van een foto die iemand nonchalant even met een telefoon heeft gemaakt.

Meerwaarde

Denk aan de gemiddelde cover van modetijdschriften, een foto bij een interview in een krant of maandblad, de foto’s die over het algemeen in exposities vertoond worden en de professionele foto’s uit beeldbanken, die vervolgens op allerlei websites op het internet gebruikt worden.

In veel gevallen wordt het voorwerp duidelijk naar voren gehaald door de achtergrond zo veel mogelijk letterlijk en figuurlijk niet tot de voorgrond te laten treden.

De foto, zelfs een stereografische foto, is een twee-dimensionaal medium. Alles wat scherp is staat in principe op hetzelfde vlak. De onscherpte in de achtergrond geeft diepte aan en geeft het belang aan van het onderwerp. Een onscherpe achtergrond is per definitie een achtergrond waar niet de nadruk op wordt gelegd.

Erkenning

Hoewel het grootte publiek minder kritisch naar fotografie kijkt is het besef bij mensen er wel, zeker nadat bijvoorbeeld Apple in de latere iPhone smartphones een mogelijkheid inbouwde in de camerasoftware om op kunstmatige manier een klein scherpte-diepte effect te kunnen creëren.

De sensoren in de iPhones zijn dus nog praktisch gelijk als die zoals in andere smartphones, maar door middel van een truc met softwarematige nabewerking kan een soortgelijk effect nagemaakt worden.

Is het resultaat genoeg, is het overtuigend? Het is goed genoeg voor velen en geeft aan dat de standaardtelefoonfotografie op dat vlak tekort schoot en waarop Apple die oplossing vond.

Toekomst

Ondanks de softwarematige trucage bestaat er bij telefoonfabrikanten wel sterk de drang om beeldsensoren groter en krachtiger te maken. In veel moderne smartphones zitten er bovendien ook niet alleen meer twee camera’s, voor en achter (de ‘hoofdcamera’), maar meerdere.

Ook zijn de camera’s uitgerust met verschillende objectieven met reletieve brandpuntafstanden die gelijk staan aan dat van korte telefoto. Dit is geen toeval, want de telefoto lens is per definitie een portretlens.

‘Kleiner is beter’

Het uitgangspunt van kleiner is beter lijkt niet altijd meer op te gaan, of het lijkt voorlopig een andere wendig gekregen te hebben, totdat wellicht andere soorten sensoren en software-oplossingen beschikbaar komen.

Bij de traditionele camera’s is dit overigens ook het geval, zeker sinds Nikon en onlangs Canon spiegelloze systeemcamera’s hebben geïntroduceerd met grote 35mm (vol-kleinbeeld) beeldsensoren.

Trends

Dit bevestigt wellicht ook het vermoeden dat in de toekomst er voornamelijk twee of drie soorten of klasses camera’s zullen zijn in het openbare domein:

  • professionele fototoestellen en videocamera’s, waar middel-formaat waarschijnlijk weer een grotere terugkomst zal maken;
  • semi-professionele en krachtige amateurcamera’s, die soms bijna professionele camera’s evenaren of op sommige vlakken soms zelfs overtreffen, met veelal grotere beeldsensoren of kleinere beeldsensoren met hele snelle objectieven;
  • kleinere en mobiele camera-uitgeruste apparaten zoals smartphones, tablets en (mindere mate) ook relatieve nicheproducten als 360°-camera’s en action cam’s (waar bijvoorbeeld Nikon al hybride producten van maakt).

Eén ding staat vast, ongeacht het medium zelf is nog altijd springlevend.